Vriendschap en het brein: wie groeit naar wie toe?



Je brein voorspelt wie je vrienden worden, nog voor je ze ontmoet

Het is even stil geweest in je inbox. Sorry daarvoor. Ik ging volledig op in een nieuw product dat ik aan het bouwen was (MoneyHacks individueel traject, als je benieuwd bent). ADHD-hyperfocus, anyone? Wekenlang bestond er weinig anders.

En grappig genoeg sluit dat naadloos aan op het onderwerp van deze week. Want dit gaat óók over hoe je brein werkt, en hoe dat bepaalt naar wie je toegroeit. De kern is dit: als je hersenen de wereld op dezelfde manier interpreteren nog voordat je elkaar hebt ontmoet, is de kans groot dat je naar elkaar toegroeit zodra je elkaar wél tegenkomt. Het is dus heel fijn om iemand te ontmoeten die dingen op dezelfde manier ziet en ervaart als jij. En die gedeelde betekenisgeving blijkt een mooie basis voor vriendschap.

🧠 Wil je je afmelden? Klik hier om je meteen uit te schrijven . Eén klik, geen gedoe. Uitschrijven hoort makkelijk te zijn.

🌐 Prefer English? www.behavioraltimes.com

Wat voorspelt of vreemden vrienden worden?

Hoe vergelijkbaar hun hersenen op de wereld reageren, gemeten nog voordat ze elkaar ontmoetten. Onderzoekers (Shen et al., 2025) scanden nieuwe masterstudenten met een hersenscanner, vlak na aankomst op de campus. De meesten lagen binnen drie dagen na hun verhuizing in de scanner, dus voordat ze de kans hadden gehad om vrienden te maken. Iedereen keek een reeks filmfragmenten: documentaire, comedy, debat, van eten tot sport tot wetenschap.

Na 2 en na 8 maanden brachten de onderzoekers in kaart wie binnen het studiejaar met wie omging. Iedereen kruiste aan met welke studenten zij het vaakst informele dingen deed, zoals lunchen, borrelen of bij elkaar thuiskomen. De vraag erachter: voorspelt hoe vergelijkbaar je brein op die filmpjes reageerde, gemeten toen je nog niemand kende, met wie je later veel omgaat?

Het antwoord is genuanceerder dan de krantenkop zou zijn. Onder de mensen die allebei aangaven dat ze tijd met elkaar doorbrachten, was het signaal zwak.

Mensen met vergelijkbare hersenrespons groeien vaker naar elkaar toe dan uit elkaar

Maar er zat een veel sterker patroon in de data, en dat zat in de beweging over tijd. Mensen die voorafgaand aan ontmoetingen vergelijkbare hersenrespons toonden bij het kijken van de filmpjes, waren 8 maanden later dichter naar elkaar toegegroeid.

Welke hersengebieden leken dan precies op elkaar? Vooral gebieden die te maken hebben met betekenis geven en aandacht. De onderzoekers vonden de sterkste overeenkomsten in het zogenoemde default mode netwerk, dat actief is als je een verhaal interpreteert, je verplaatst in anderen en samenhang aanbrengt in wat je ziet. Daarnaast in het frontopariëtale controlenetwerk, dat je aandacht stuurt en je eigen gedachten en herinneringen verweeft met wat er op het scherm gebeurt. En in gebieden van het aandachtsnetwerk, die bepalen waar je blik naartoe gaat en wat je opvalt. Bij elkaar zijn dit precies de gebieden die bepalen hóé je een situatie leest. Niet wat je ziet, maar wat je eruit haalt.

Het is alsof twee mensen naar dezelfde film kijken en, zonder iets te zeggen, op dezelfde momenten ontroerd raken, geïrriteerd worden of moeten lachen. Dat is een andere vorm van overeenkomst dan we meestal bedoelen. Geen gedeelde smaak, maar een gedeelde manier van naar de wereld kijken. En dit effect bleef overeind, ook nadat werd gecontroleerd voor "hoe leuk" mensen de film fragmenten vonden.

Waarom verdwijnen sommige vriendschappen vanzelf?

Omdat de vroege vriendschappen vaak op toeval rusten, en pas later blijkt wie er echt bij je past. Dit is het mooiste deel van het onderzoek. De studenten waren grotendeels willekeurig ingedeeld in studiegroepen en woonunits. In de eerste twee maanden ontstaan dan vriendschappen uit gelegenheid: je raakt bevriend met wie naast je zit, met wie toevallig je huisgenoot is.

Maar tussen maand twee en maand acht gebeurt er iets. Sommige paren groeien naar elkaar toe, andere drijven uit elkaar. En precies hier was het hersensignaal het sterkst en het meest robuust. Vergeleken met de mensen die uit elkaar dreven, bleken de mensen die juist dichter naar elkaar toe groeiden als vreemden al opvallend vergelijkbare hersenactiviteit te hebben gehad. Dat verschil bleef overeind, ook nadat de onderzoekers controleerden voor hoe leuk mensen de filmpjes vonden én voor verschillen in leeftijd, gender, nationaliteit en achtergrond.

De interpretatie die de onderzoekers voorzichtig voorstellen: vriendschappen die uit pure omstandigheid ontstaan, lossen vaak vanzelf weer op. Vriendschappen die blijven, rusten op een diepere compatibiliteit die je niet meteen ziet.

Je merkt het pas als de toevalsfactor wegvalt en je echt mag kiezen met wie je tijd doorbrengt. Wie er dan dichterbij komt, blijkt iemand die de wereld al op een vergelijkbare manier zag als jij, lang voordat jullie elkaar kenden.

Persoonlijk inzicht: misschien is dit toch geen toeval?

Toen ik een paar jaar geleden mijn ADHD-diagnose kreeg, deelde ik daar veel over met mijn vriendinnen: Hoe ik er zelf achter was gekomen, welke dingen me opvielen, waar ik tegenaan liep. Dat bleek enorm herkenbaar. De een na de ander zocht het uit, en kreeg dezelfde diagnose. Het was als een rij dominosteentjes waarvan de eerste was aangetikt. De meeste van die vriendinnen ken ik al meer dan twintig jaar.

En misschien is het dan helemaal niet zo gek dat juist die vriendinnen, na al die tijd óók allemaal ADHD blijken te hebben. Niet dat dit onderzoek dat bewijst, dat test het niet. Maar het sluit er wel mooi op aan. Het zijn precies de mensen die bleven, lang nadat de toevalsfactor was weggevallen. Blijkbaar zaten we al die tijd al op een vergelijkbare golflengte.

Kritische noten op dit onderzoek

Dit is een mooi onderzoek, maar er is genoeg op af te dingen, en juist dat maakt de robuuste bevinding interessanter.

  • Om te beginnen de claim over vriendschap zelf. De vergelijking tussen mensen die met elkaar omgingen en alle anderen was niet significant. Het enige significante effect, tussen mensen die met elkaar omgingen en mensen op drie stappen afstand, verdween zodra de onderzoekers corrigeerden voor demografische overeenkomst, met name gender. De echt robuuste bevinding zit dus niet in "wie met elkaar omgaat heeft vergelijkbare breinen", maar in "wie naar elkaar toe groeit, had al vergelijkbare breinen".
  • Maar waaróm is die bevinding zo zwak? Ik denk dat een deel daarvan in de meetmethode zit, niet in de werkelijkheid. Kijk naar wat ze precies maten. Deelnemers kruisten aan met wie ze het vaakst informele dingen deden, zoals lunchen, borrelen of bij elkaar thuiskomen. Dat is iets anders dan de vraag wie je echte vrienden zijn. Zeker in dat eerste jaar breng je tijd door met van alles en iedereen. Als je vanuit die hele groep had mogen aanwijzen wie je zelf écht je vrienden noemt, was je veel selectiever geweest. Goed mogelijk dus dat de correlatie sterker was geweest als mensen wél hun eigen vrienden hadden mogen benoemen, in plaats van iedereen met wie ze weleens wat deden.
  • En de indeling in mensen die met elkaar omgaan, mensen-van-mensen en nog een stap verder bouwt daar weer bovenop voort. Want hoe vaak moet je iets samen hebben gedaan voordat het telt? Iedereen vult zo'n vragenlijst net even anders in. Dat is geen detail. Het verklaart waarom de zwakke bevinding zwak is. Een hersenscan meet iets fijnmazigs en fysiologisch. De sociale indeling leunt op een grof, categorisch zelfrapport. En een correlatie tussen twee verschillende meetmethoden is altijd lager dan tussen twee metingen van dezelfde soort. Je vergelijkt hier een continue hersenmaat met een discrete sociale afstand uit een vragenlijst. Dat de groei-bevinding wél sterk is, past precies in dat plaatje: dat is een verandering gemeten over tijd, minder afhankelijk van waar je de grens precies legt.
  • Dan de steekproef. Het zijn 41 mensen in een heel specifieke setting: een geïsoleerd, intensief masterprogramma waar studenten dicht op elkaar wonen, samen eten en samen studeren. Mensen meldden zich vrijwillig aan voor de scan. En het is een observationele studie, dus oorzaak en gevolg zijn niet vast te stellen.
  • Dat laatste raakt aan de belangrijkste open vraag. De hersenscan is maar één keer gedaan, helemaal aan het begin. Dus we weten dat mensen die later naar elkaar toe groeiden, als vreemden al vergelijkbare breinen hadden. Maar misschien werkt het ook andersom: misschien gaan mensen met een al wat vergelijkbaar brein, naarmate ze meer contact hebben, elkaar nog verder versterken en juist daardóór vrienden worden. Dat is niet gemeten en niet uit te sluiten. De onderzoekers wilden de scan na twee jaar herhalen om dit te kunnen onderzoeken, maar de coronapandemie gooide roet in het eten.

Wat het onderzoek ondanks dit alles wel laat zien: ook zonder dat je alle onderliggende factoren kent, kun je aan iets meetbaars aflezen wie er later dichter bij elkaar komt. Dat blijft een opvallend resultaat.

Wat je hier zelf mee kunt

De kern: gedeelde betekenisgeving is een sterkere voorspeller van vriendschap dan gedeelde smaak of gedeelde achtergrond. Dat verandert hoe je naar je eigen contacten kunt kijken.

  • Geef vriendschap tijd om te groeien. Pas na een tijd merk je het beste wie er echt met je klikken. De eerste weken zeggen vooral iets over wie er toevallig in de buurt was.
  • Investeer in de relaties waarbij je voelt dat je op dezelfde golflengte zit. Die mensen tegen wie je dingen niet hoeft uit te leggen, met wie je op precies hetzelfde moment of om dezelfde gebeurtenis in de lach schiet. Dat gevoel van vanzelf begrijpen is waar het onderzoek naar wijst.
  • Houd je blik breder dan alleen wie toevallig dichtbij is. Misschien woont jouw echte toekomstige BFF verder weg dan in hetzelfde studentenhuis, of moet je ervoor naar een andere stad. Maar dat kan wel degene zijn met wie je tientallen jaren van je leven gaat doorbrengen.

Groetjes, en tot volgende week!

Florien

Keynote & workshopFinancieel gedrag dat wél werkt — zonder wilskracht

Standaard financieel advies werkt niet. Niet omdat mensen lui zijn, maar omdat het systeem niet klopt. Money Hacks is een evidence-based lezing of workshop over financieel gezond gedrag — gebaseerd op gedragswetenschap, niet op motivatie. Beschikbaar als keynote, lunchlezing of workshop voor je team of organisatie.

Beoordeeld met 4.6/5 door deelnemers. 98% bleef tot het einde.

Bekijk Money Hacks →

Nieuw: wachtlijst voor persoonlijke begeleiding. Wil je Money Hacks niet alleen horen, maar ook echt toepassen in je eigen leven? Ik ben een wachtlijst gestart voor persoonlijke begeleiding bij het implementeren van Money Hacks in jouw financiële leven. Meer nieuws na de zomer.

Zet me op de wachtlijst →

Over the Behavioral Times

📖 Gedragswetenschap voor mensen die er iets mee willen doen. Geen hype, wél bewijs. Elke week gratis in je inbox.

Heb je iets gehad aan de inzichten in deze nieuwsbrief?

➡️ Meld je aan voor de nieuwsbrief — dan krijg je elke editie direct in je inbox.

📤 Stuur dit artikel door naar iemand die er wat aan heeft.

☕ The Behavioral Times schrijf ik in mijn eentje, in mijn eigen tijd. Een donatie is een leuk blijk van waardering. Steun the Behavioral Times

Florien Cramwinckel Dr. Florien Cramwinckel
Gedragswetenschapper | consumentengedrag

Ik gebruik gedragswetenschap om resultaten te verbeteren én de wereld rechtvaardiger te maken — met focus op consumentengedrag. Ik neem nieuwe opdrachten aan. Werk je aan een vraagstuk waarbij consumentengedrag een rol speelt? Plan een kort gesprek in.

Kies een moment dat jou schikt →

15 minuten. Jij kiest wanneer. Vrijblijvende kennismaking.

The Behavioral Times is het platform van gedragswetenschapper Florien Cramwinckel, dat peer-reviewed gedragsonderzoek vertaalt naar de praktijk via lezingen, workshops en adviestrajecten.

The Behavioral Times

The Behavioral Times verkent de psychologie achter alledaags gedrag – van gewoontes en gezondheid tot geld, AI en sociale besluitvorming. Ik vertaal gedragswetenschappelijke inzichten naar heldere, praktische ideeën die je meteen kunt toepassen in je werk en dagelijks leven. In deze nieuwsbrief ontvang je regelmatig nieuwe inzichten, reflecties en concrete voorbeelden – toegankelijk, toepasbaar en altijd evidence-based. 👉 Would you like to read English articles? Visit The Behavioral Times (ENG):https://behavioraltimes.com

Read more from The Behavioral Times

Soms heb je een week die je even onderuithaalt. Bij mij was dat de afgelopen tijd: een onverwacht sterfgeval, een zelfvertrouwensdipje dat ik moeilijk af kon schudden, mijn partner die voor werk in het buitenland zat, en meerdere keren per dag precies op het verkeerde moment in een regenbui belanden (avondvierdaagse, anyone?!). Zo'n pittige week, je kent het wel. Gelukkig weet ik dat er bergen onderzoek zijn over wat helpt bij dit soort weken. En voor mij springt één bevinding er positief...

In de VS openen banken de ene na de andere nieuwe fysieke vestiging. Zelfs Revolut, de aartsvader van de app-only bank, opent een fysieke locatie in Barcelona. De gedachte achter die bankenboom, zo schrijft de NRC (4 mei 2026): potentiële klanten willen gewoon "iemand waar ze naartoe kunnen." Tegelijkertijd sluiten in Nederland bankvestigingen massaal. De gedragswetenschap legt uit waarom de VS iets lijkt te begrijpen wat wij dreigen te vergeten. Wat werkt beter: online een wasmachine kiezen...

Zelf kiezen of laten kiezen: wanneer werkt wat? Ik ben sinds begin 2026 volledig zelfstandig ondernemer, en dat bevalt heel erg goed. Maar het betekent ook dat een groot deel van mijn beweging zomaar verdween uit mijn dagen. Mijn vaste routines waren verdwenen. Geen vaste fietstocht naar kantoor meer, geen standaard lunchwandeling met collega’s, geen hardlooprondje met een collega op maandag. Dus bedacht ik een doel voor mezelf. Drie keer per week hardlopen. Concreet, ambitieus, en haalbaar....