Scoren om te winnen versus scoren om niet te verliezenHeel af en toe sta ik 's nachts op om een wedstrijd te kijken die ik niet wil missen. Verlenging, nog steeds gelijk, en dan gebeurt er iets wat niet vaak gebeurt: het komt aan op penalty's. Penalty's nemen lijkt wel een hele andere tak van sport dan de daadwerkelijke wedstrijd. Op papier piece of cake. Maar in de realiteit? De ene bal gaat er loepzuiver in, in de hoek, onhoudbaar. En de volgende speler prutst: een bal naast, een bal recht op de keeper, een bal tegen de lat. Penalty's worden op een doordeweekse training honderd keer achter elkaar binnengeschoten. Op die momenten een lachertje voor profs, voor wie elf meter belachelijk dichtbij is. En toch gaat het mis op het moment dat het telt. Hoe kan dat? Vanuit de gedragswetenschap is er ook op deze vraag een antwoord. Vandaag analyseer ik het penalty-moment vanuit het BioPsychoSocialModel of Challenge and Threat (BPSM, Blascovich & Mendes, 2010). En dat is niet alleen relevant voor profvoetballers in de knock-out fase, maar voor iedereen die wel eens moet presteren onder druk. Op het moment dat de druk piekt, reageert het lichaam al voordat er een bewuste gedachte aan te pas komt. Die lijfelijke reactie bepaalt of jij boven jezelf uitstijgt of dichtklapt op de drukmomenten in je eigen leven: dat ene gesprek, die presentatie, die deadline waarvan opeens alles lijkt af te hangen. 🧠 Wil je je afmelden? Klik hier om je meteen uit te schrijven . Eén klik, geen gedoe. Uitschrijven hoort makkelijk te zijn. 🌐 Prefer English? www.behavioraltimes.com Wat gebeurt er in je lichaam als de druk oploopt?Onder druk reageert je lichaam al voordat je een bewuste gedachte hebt gevormd. Je lijf maakt razendsnel een inschatting, een appraisal genoemd, van twee vragen: "Wat vraagt deze situatie van mij?", en "heb ik genoeg in huis om het aan te kunnen?" Challenge: positief uitgedaagdVallen die twee positief uit, dan ervaar je challenge: jouw appraisal is dat je in deze situatie genoeg hebt (of meer dan genoeg) om te kunnen voldoen aan wat er gevraagd wordt. Je voelt je op positieve wijze uitgedaagd om het beste uit jezelf te halen. En je lijf werkt dan met je mee. Je hart pompt krachtiger, je bloedvaten verwijden, je lichaam stuurt energie naar waar het nodig is. Je bent klaar voor actie en voor goede presetaties. Threat: overvraagd door de situatieMaar is het antwoord op deze twee vragen andersom; dan voelt de situatie groter dan wat je denkt aan te kunnen. In dat geval ervaar je threat. Je hart gaat harder pompen, maar je bloedvaten vernauwen. Die extra energie kan niet goed rondgestuurd worden en je lijf lijkt wel op slot. Het lukt niet. Je lichaam bereidt voor op mislukking in plaats van op presteren. Het intrigerende is dat het om dezelfde lichamelijke opwinding gaat. Datzelfde bonzende hart, diezelfde gespannen spieren. Niet zozeer die spanning bepaalt of je presteert, maar hoe je lijf de balans afleest tussen wat er gevraagd wordt en wat je meebrengt. (Meer leren over BPSM? In dit filmpje van de Universiteit van Nederland leg ik het nog wat uitgebreider uit, maar dan toegespitst op een heel ander vraagstuk; namelijk of mensen zich bedreigd voelen door anderen die moreel gedrag vertonen) Waarom mis je het doel als je niet mag verliezen?Je ziet dit lijfelijke verschil terug op de plek waar de druk bijzonder hoog is: de strafschop. Jordet en Hartman (2008) onderzochten alle strafschoppenseries ooit gehouden op het WK, het EK en in de Champions League. In totaal 359 penalties van profs. Wat bleek? Niet elke pingel is hetzelfde geladen. Sommige momenten zijn vooral threatening: als je deze mist, verlies je de wedstrijd en lig je er direct uit. Andere momenten zijn vooral challenging: als je deze benut, is je team rechtstreeks door naar de volgende ronde (herkenbaar, Marokko?). Dezelfde afstand, dezelfde vaardigheid, maar een totaal andere lading. En dat zie je direct terug in de cijfers. Spelers die konden scoren om te winnen, schoten 92% raak. Vrijwel altijd dus. In deze situaties valt alles samen; je voelt je op positieve wijze uitgedaagd om het beste uit jezelf te halen. Spelers die móésten scoren om niet te verliezen, bleven steken op 62%. Dat is bijna een derde(!!!) minder vaak raak op die bedreigende momenten. Ook zag je een verschil in hun gedrag: wie in de threat-situatie stond, keek vaker weg van de keeper en raffelde de aanloop af, terwijl spelers in de challenge-situatie meer de tijd namen en aandachtig naar de keeper keken. Belangrijk om te benoemen: Jordet en Hartman benaderden dit zelf vanuit approach- en avoidancemotivatie, een verwant fenomeen. Bij approach beweeg je toe naar wat je wilt bereiken: scoren, winnen, doorgaan naar de volgende ronde. Bij avoidance draait alles om het vermijden van wat je niet wilt: missen, de wedstrijd verliezen, uit het toernooi vliegen. En net als bij threat en challenge zorgt approach voor toenadering en positieve beweging, terwijl avoidance angstig en foutvermijdend maakt. Met als gevolg dat de fouten zich juist opstapelen in precies die situaties waarin je ze het minst kunt gebruiken. De vertaling naar threat en challenge is mijn interpretatie, vanuit het biopsychosociale model. Twee kaders die hetzelfde patroon beschrijven. Wat Jordet en Hartman onderzochten was het zichtbare gedrag en de uitkomst tussen de latten. Mijn vermoeden, gebaseerd op heel veel ander onderzoek, is dat hier ook een fysiologische reactie onder lag, alhoewel deze tijdens die wedstrijden niet is gemeten. Kun je prestatie onder druk trainen?Ja. En dat is goed om te realiseren. Want als threat en challenge afhangen van de balans tussen wat een situatie vraagt en wat je meebrengt, dan zijn er twee plekken waar je kunt ingrijpen. Je kunt de vraag verlagen, of je kunt je eigen capaciteiten vergroten. De situatiekant: verlaag de druk en geef controle terugAan de ene kant kun je sleutelen aan de druk in de situatie zelf. En hier ligt een verrassende les uit een tweede onderzoek. Navia en collega's (2019) lieten jonge elitespelers strafschoppen nemen. Bij de helft van de spelers was dit onder druk (de coach keek mee) en bij de andere de helft niet (zonder toeschouwers). Onder druk presteerden spelers minder goed dan zonder druk. Maar dat was niet het hele verhaal; hoeveel controle een speler had was ook belangrijk. Mochten spelers zelf kiezen waar ze schoten, dan verdween het drukeffect grotendeels. Kregen ze de richting opgelegd (coach vertelde in welke hoek ze moesten schieten) dan zakten ze in: minder goals, lager geplaatste ballen, meer gehaast. Niet de druk zelf was ondermijnend, het wegnemen van hun controle deed dat. Dat is een ongemakkelijke spiegel voor iedereen die leiding geeft. De reflex onder druk is vaak om strakker te sturen, de beslissing over te nemen, te vertellen hoe het moet. Maar juist dát haalt de zelfcontrole weg die mensen nodig hebben om de situatie als behapbaar te ervaren. Wie onder druk goed wil presteren, moet dat op haar eigen manier kunnen doen. De persoonkant: vergroot wat je meebrengtAan de andere kant kun je vergroten wat je in huis hebt. En dit is waar het biopsychosociale model iets voorspelt dat verder gaat dan deze twee papers. Hoe meer je oefent, hoe meer een vaardigheid verschuift van iets wat je aandacht opslokt naar iets wat vanzelf gaat. Hoe makkelijker dingen worden, hoe minder ze van je vragen op het moment dat het telt. Dat verschuift de balans structureel. Hoe meer je een bepaalde vaardigheid hebt ingetraind, hoe meer situaties aan de challengekant blijven, ook als de externe druk groter wordt. Dezelfde opdracht voelt dan minder als een bedreiging en meer als een uitdaging, simpelweg omdat je lijf weet dat het dit aankan. Daarom helpt het niet alleen om vaak te oefenen, maar om te oefenen in situaties die steeds wat uitdagender worden. Zo bouw je de resources op die je precies op de zwaarste momenten nodig hebt. Wat heb je hier zelf aan?Je staat zelf ook regelmatig op de stip. Niet op een veld, maar in dat ene gesprek, die presentatie, het moment waarop je iets moet zeggen waar veel van afhangt. En het mechanisme is hetzelfde: of je lijf de situatie als bedreiging of als uitdaging leest, bepaalt voor een groot deel hoe je presteert. Het goede nieuws is dat je aan beide knoppen kunt draaien, bij jezelf en bij de mensen om je heen. Voor jezelf:
Voor managers en teamleiders:
Wat weten we nog niet?
Zo, en dan nu even bijkomen van de teleurstelling van de verloren penalty reeks.. Groetjes, en tot volgende week! Florien Over the Behavioral Times📖 Gedragswetenschap voor mensen die er iets mee willen doen. Geen hype, wél bewijs. Elke week gratis in je inbox. Heb je iets gehad aan de inzichten in deze nieuwsbrief?➡️ Meld je aan voor de nieuwsbrief — dan krijg je elke editie direct in je inbox. 📤 Stuur dit artikel door naar iemand die er wat aan heeft. ☕ The Behavioral Times schrijf ik in mijn eentje, in mijn eigen tijd. Een donatie is een leuk blijk van waardering. Steun the Behavioral Times
Ik gebruik gedragswetenschap om resultaten te verbeteren én de wereld rechtvaardiger te maken — met focus op consumentengedrag. Ik neem nieuwe opdrachten aan. Werk je aan een vraagstuk waarbij consumentengedrag een rol speelt? Plan een kort gesprek in. Kies een moment dat jou schikt →15 minuten. Jij kiest wanneer. Vrijblijvende kennismaking. The Behavioral Times is het platform van gedragswetenschapper Florien Cramwinckel, dat peer-reviewed gedragsonderzoek vertaalt naar de praktijk via lezingen, workshops en adviestrajecten. Meer lezen?Jordet, G., & Hartman, E. (2008). Avoidance motivation and choking under pressure in soccer penalty shootouts. Journal of Sport & Exercise Psychology, 30(4), 450–457. https://doi.org/10.1123/jsep.30.4.450 Navia, J. A., van der Kamp, J., Avilés, C., & Aceituno, J. (2019). Self-control in aiming supports coping with psychological pressure in soccer penalty kicks. Frontiers in Psychology, 10, Article 1438. https://doi.org/10.3389/fpsyg.2019.01438 Blascovich, J., & Mendes, W. B. (2010). Social psychophysiology and embodiment. In S. T. Fiske, D. T. Gilbert, & G. Lindzey (Eds.), The handbook of social psychology (5th ed., pp. 194–227). Wiley. |
The Behavioral Times verkent de psychologie achter alledaags gedrag – van gewoontes en gezondheid tot geld, AI en sociale besluitvorming. Ik vertaal gedragswetenschappelijke inzichten naar heldere, praktische ideeën die je meteen kunt toepassen in je werk en dagelijks leven. In deze nieuwsbrief ontvang je regelmatig nieuwe inzichten, reflecties en concrete voorbeelden – toegankelijk, toepasbaar en altijd evidence-based. 👉 Would you like to read English articles? Visit The Behavioral Times (ENG):https://behavioraltimes.com
Ik heb een winterjas die ik al ruim twintig jaar draag. Donkergroen leer, gekocht toen ik een jaar of achttien was, samen met mijn moeder. Het was een flinke aanschaf: zo'n tweehonderd euro op mijn studentenbudget. Ik twijfelde. Dat was veel geld, en zou betekenen dat ik die maand allerlei andere dingen zou moeten laten. Mijn moeder haalde me over. De kwaliteit was zo goed, zei ze, dat ik er jaren plezier van zou hebben. Ze kreeg gelijk. Ik draag hem nog steeds. Maar dat de jas twintig jaar...
Je brein voorspelt wie je vrienden worden, nog voor je ze ontmoet Het is even stil geweest in je inbox. Sorry daarvoor. Ik ging volledig op in een nieuw product dat ik aan het bouwen was (MoneyHacks individueel traject, als je benieuwd bent). ADHD-hyperfocus, anyone? Wekenlang bestond er weinig anders. En grappig genoeg sluit dat naadloos aan op het onderwerp van deze week. Want dit gaat óók over hoe je brein werkt, en hoe dat bepaalt naar wie je toegroeit. De kern is dit: als je hersenen de...
Soms heb je een week die je even onderuithaalt. Bij mij was dat de afgelopen tijd: een onverwacht sterfgeval, een zelfvertrouwensdipje dat ik moeilijk af kon schudden, mijn partner die voor werk in het buitenland zat, en meerdere keren per dag precies op het verkeerde moment in een regenbui belanden (avondvierdaagse, anyone?!). Zo'n pittige week, je kent het wel. Gelukkig weet ik dat er bergen onderzoek zijn over wat helpt bij dit soort weken. En voor mij springt één bevinding er positief...